DLL bestaat 80 jaar

Cees MoerbeekWat kan er in een tijdsbestek van vijf jaar toch veel gebeuren. In 2005, het jaar dat De Laatste Loodjes het 70-jarig bestaan vierde, was de eens zo actieve vereniging verworden tot een oude dame die met een ledental van zestig personen op het punt stond in te dutten en het verder voor gezien wenste te houden. Dank zij het ingrijpen van een aantal gemotiveerde wandelaars bleek de doorstart een succes. Een nieuw bestuur werd gevormd en ik mocht mij, naast het ontwerpen van parkoersen voor de Molen en Merentocht en de Avondvierdaagse, verdienstelijk gaan maken als secretaris. Sinds die tijd is het crescendo gegaan met de club. Dat was de NHWB in 2006 ook al opgevallen, toen ons ledenbestand in één jaar tijd met honderd was toegenomen. Voor de bond was dit feit aanleiding om onze vereniging te verrassen met de ‘Aanmoedigingsprijs 2005-2006’. Die aanmoediging hebben wij daarna met een ledenwinst van honderd per jaar waar kunnen maken. Recentelijk noteerden we ons 610e lid, zodat wij thans de grootste wandelsportvereniging van Noord-Holland zijn. Het wandelen is mij met de paplepel ingegeven. In de jaren na de WO-II had Nederland het druk met de wederopbouw en alleen enkele welgestelden hadden een auto. Zelfs een fiets was in die jaren een luxe. Nou kwam dat goed uit want mijn moeder durfde niet te fietsen en als zij ergens op visite ging, in Westzaan of in Zaandam, dan ging zij daar lopend heen. Cees moest dan mee, of hij wilde of niet. Mijn eerste ‘wandeltrofee’ is een diploma die ik als deelnemer aan de door De Laatste Loodjes georganiseerde Kroningstocht in september 1948 kreeg uitgereikt. Het diploma staat nu afgebeeld in de Jubileum Uitgave van onze club ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan.

 

Daarna is het georganiseerd wandelen op de achtergrond geraakt. Volleybal bij de Zaandamse vereniging ‘de Molenwiek’ werd in de jaren vijftig en zestig mijn lust en mijn leven. Dat wil zeggen dat ik het spelen in competitieverband leuk vond maar bijzaken zoals het maken van een clubkrant, het organiseren van nationale jeugdtoernooien en het schrijven en opvoeren van revue’s c.q. musicals het aller leukste vond. Om toch nog een beetje conditie op te doen ben ik gaan trimmen. Jarenlang elke zaterdagmorgen met zwager Klaas naar het strand van Wijk aan Zee en vandaar heen en terug naar de Noordpier. Toen ik met zoon Bart op zaterdagmorgen naar het zwembad moest, stapte ik iedere zondagmorgen, weer of geen weer, de deur uit en trimde tot de brug van de Enge Wormer naar de Wijde Wormer. Vier kilometer heen en vier kilometer terug. Die acht kilometer werden er elf, dertien en achttien. Maar het trimmen had al grotendeels plaats gemaakt voor wandelen. Toen dan ook de halve marathon van Egmond zijn 5e editie aankondigde en ik in het reglement las dat de 21 km afgelegd diende te worden binnen 3.30 uur heb ik eerst geoefend of ik die afstand binnen die tijd kon wandelen. Dat bleek zo te zijn en op 9 januari 1977 ging ik precies binnen de gestelde tijd over de eindstreep. Het wandelvirus had mij intussen danig besmet. In 1976 deed ik mee aan de Strandzesdaagse en door een toevallige ontmoeting kwam ik in aanraking met de georganiseerde wandelsport. Ik meldde mij op 1 januari 1977 als lid van De Laatste Loodjes. De eerste jaren was het wandelen de hoofdmoot maar toen ik in aanraking kwam met WS 78, vond ik het ook leuk om tochten te ontwerpen en aan te bieden aan de club die daar belangstelling voor had. Dat bleek WS 78 te zijn en mijn eerste tocht voor hen was een 40 km traject vanuit De Bres in Wormerveer, officieel gelopen onder barre winterse omstandigheden op 17 januari 1987 door 276 deelnemers. Pas in 1989 ging het toenmalige bestuur van de DLL door de knieën door een 40 km parkoers van mij aan de gebruikelijke afstanden van de Molen en Merentocht toe te voegen. Sindsdien is deze afstand niet meer weg te denken als onderdeel van dit jaarlijkse hoogtepunt van de DLL. Na 24 jaar vanuit het scholencomplex aan de Fortuinlaan te zijn vertrokken, betrokken wij in 2007 een nieuw startlokaal in het gloednieuwe Trias College aan de Saendelverlaan. Wij noteerden meteen met 1.231 deelnemers een nieuw weekeinde-record. We mochten zelfs spreken van internationale belangstelling vanuit België. Voor 2010 zijn de routes alweer bekend. De drie langste afstanden maken een rondwandeling over het eiland De Woude en maken minimaal twee keer gebruik van een pontveer. Een niet onbelangrijke succesformule is de organisatie van midweekse wandelingen gebleken. Deze worden maandelijks op wisselende dagen en locaties in de Zaanstreek of in de directe omgeving daarvan gehouden. Het iedere keer opnieuw bedenken van nieuwe routes en het vastleggen van zestien verschillende startgelegenheden per jaar neemt voor mij een hoop tijd in beslag. Daarom werkt het extra motiverend om te constateren dat na 68 afleveringen De Laatste Loodjes kan rekenen op gemiddeld 150 deelnemers per keer. In april 2010 verwachten wij de 7500e deelnemer. Naast de elf midweekse ochtendwandelingen met een lengte van 10 km, zijn wij in de zomermaanden ook met een vijftal avondwandelingen van 10 km actief. Daarnaast worden de ‘Tussendoortjes’ met een lengte van circa 20 km steeds populairder. Drie keer per jaar gaan we er op uit met een groep van gemiddeld 40 personen. Ons motto ‘lopen is leuk, maar samen wandelen is nóg leuker’ blijkt aan te slaan.

 

Fotoalbum 2017

Klik hier voor het fotoalbum van 2017

Facebook

Klik op het logo voor onze Facebook pagina

Onze sponsor

Bezoek de website van onze sponsor:

Klik hier voor website "Liv Ourdoor" (onze sponsor)

Ga naar boven