DLL bestaat 80 jaar

BESMET MET HET WANDELVIRUS

Ons vrij vervoertje van de NS brengt ons vandaag, zaterdag 17 september 2005, met een naar mijn gevoel flinke omweg via Utrecht, Arnhem en Zutphen, naar Oldenzaal. Freek en ik beginnen aan het 315 kilometer lange Marskramerpad, dat loopt van Oldenzaal naar Den Haag.

We maken het vandaag niet te gek. We lopen naar Borne waar we met een aftakroute van twee kilometer naar het station rond de 20 km hopen uit te komen.

Als we klokslag tien uur de trein uitstappen, is het een stille boel rondom het station. Oldenzaal is een oude vestingstad en heeft al sinds 1249 stadsrechten. De stad is ook een knooppunt van wandelroutes. In westelijke richting het Twentepad (geel/rood) en het Marskramerpad (wit/rood); in oostelijke richting de Töddenweg (witte T), het Fabriceurspad (geel/rood) en het Noaberpad (wit/rood). Het blijkt dat we voor een kop koffie het centrum in moeten. Oldenzaal lijkt om kwart over tien op zaterdagmorgen nog te slapen. Het is stil op straat en we vrezen het ergste. Gelukkig is de Croissanterie "Kiek-In" geopend en we laten de koffie goed smaken.

Voordat we aan de eigenlijke route beginnen hebben we er dan al 1,2 km op zitten en als we het grondgebied van Oldenzaal achter ons laten, zijn we 3,5 km verder. We lopen het landgoed ’t Holthuis binnen. De eerste de beste aanwijzing in het boekje zet ons direct op het verkeerde spoor. We zouden het eerste pad rechtsaf moeten gaan maar het gemis aan markering doet ons twijfelen. Vierhonderd meter verder krijgen we de bevestiging van ons vermoeden. We zitten verkeerd. Hoewel dat eerste pad heel mooi was, is de officiële route zo mogelijk nog mooier. Goed dat we de lange broek aangehouden hebben want hoge brandnetels versperren ons de weg over het smalle pad.

Dan zien we in de verte een hoog hek opdoemen, omhangen met gigantische rollen prikkeldraad. Dat doet Freek de opmerking ontlokken: "met wat voor vesting krijgen we nu te maken?" Het blijkt de afscheiding te zijn van de vliegbasis Twente. We moeten meer dan een kilometer met dit 'fraaie' uitzicht genoegen nemen. Het pad daarna langs de maïsvelden op de Deurningeresch is er één met hindernissen. De stortregens van de afgelopen nacht hebben hun sporen behoorlijk nagelaten. Diepe plassen over de hele breedte van het pad nopen ons om het maïsveld op te zoeken.

Dan komt Deurningen in zicht. We hebben er 11,5 km opzitten en besluiten een ijsthee tot ons te nemen in café Pelle’s. Onze boterham mogen we niet opeten. Pelle’s beschikt over een 'goed gesorteerde keuken', maar daar maken wij, tot verdriet van de uitbater, geen gebruik van.

Na twintig minuten vinden we het welletjes en beginnen aan het tweede deel. Wij zijn nog geen twee kilometer verder als Freek verschrikt blijft staan. Hij heeft zijn parkoersbeschrijving verloren. Op de kaarsrechte weg achter ons zien we niets liggen. Wat doen we? Gaan we door of gaan we zoeken. We besluiten het laatste. We gaan wel zeshonderd meter terug maar vinden niets. Dan staken we het zoeken en vervolgen onze weg. Totdat we vlak bij de plek zijn waar Freek het gemis ontdekte. In het hoge gras ligt zijn parkoersbeschrijving. Daar zijn we dan mooi twintig minuten mee zoet geweest. Donkere wolken hebben zich inmiddels boven ons samengepakt en het duurt niet lang of het begint te regenen. Paraplu en regenjack zorgen voor een redelijke bescherming. De bui duurt nog geen tien minuten.

In de verte ontwaren we de kerktoren van Borne, ons eindpunt. We gaan er echter niet rechtstreeks naar toe maar maken een omtrekkende beweging om de nieuwbouwwijk van Borne, 'Stroomesch' geheten.

Daar houdt een wat kalende man van onze leeftijd ons staande met de vraag of wij het Marskramerpad lopen. Wij knikken bevestigend en raken in gesprek. Hij blijkt net als wij besmet te zijn met het 'wandelvirus'. Het feit dat de route van het Marskramerpad langs zijn woning loopt, heeft hem negen jaar geleden nieuwsgierig gemaakt. Zijn woning werd geschikt gemaakt als bed & breakfast adres en om in de toekomst met zijn toekomstige logees te kunnen meepraten ging hij zich op het wandelen richten. Het Marskramerpad werd afgelegd van Oldenzaal naar Deventer en met behulp van de Internet site www.nl.map24.com stelde hij zijn eigen 'Rondje van Nederland binnen drie maanden' samen. En dat lukte hem ook nog. Kortom een mannetjesputter die z’n wandelpappenheimers wel kent.

Wij zijn dan wel geen B&B klanten maar het gesprek is over en weer zo enthousiast dat hij ons uitnodigt voor een kop koffie. We slaan de uitnodiging niet af. Via de huiskamer, waar wij ons voorstellen aan zijn echtgenote, verdwijnen we onder een pas gereedgekomen prieeltje in de achtertuin. Daar worden we vervolgens getrakteerd op twee koppen koffie met koek. De twee flesjes AA drank en twee muesli repen zijn voor onderweg. We raken niet uitgepraat over onze wederzijdse hobby en we zijn een klein uur
foto: René Scholten  verder als we weer opstappen. We krijgen het visitekaartje mee van Johan Verenjans. Hij noemt zijn B&B adres een 'fineplace', en terecht zoals wij dat nu zelf hebben kunnen ervaren.

De laatste twee kilometer naar het station van Borne leggen we af in een plenzende regenbui. Maar onze tocht is niet compleet zonder afsluitend stempel in ons wandelboekje. We brengen daarom eerst nog even een bezoek aan het centrum waar we bij Bruna krijgen wat we willen. Een uur later dan gepland stappen we om 16.23 uur op de trein. Deze dag is een fraai begin van een weg die nog lang genoeg is.

CEES MOERBEEK

 

Fotoalbum 2017

Klik hier voor het fotoalbum van 2017

Facebook

Klik op het logo voor onze Facebook pagina

Onze sponsor

Bezoek de website van onze sponsor:

Klik hier voor website "Liv Ourdoor" (onze sponsor)

Ga naar boven