DLL bestaat 80 jaar

VOETREIS DOOR DE PEEL

In gedachten loop ik op het station van Eindhoven. Drie weken geleden maakten we een begin met het Peellandpad, een 160 kilometer lange route, van ’s-Hertogenbosch naar Roermond. Het fraai uitgevoerde gidsje spreekt over tot voor kort nog woest en slecht toegankelijk gebied door barre stuifzanden, uitgestrekte heiden en verraderlijke veenmoerassen. Vooral dat laatste spreekt mij aan, vandaar dat ik onze vier etappes tellende voetreis de titel heb meegegeven "Soppen op het Peellandpad". Ik krijg volop mijn zin, zij het anders dan ik gedacht had.

De regen plenst vanaf acht uur met bakken uit de hemel en heeft de graskades langs het riviertje de Dommel blank gezet. Bovendien zorgt het hoge gras er wel voor dat onze schoenen en sokken binnen de kortste keren doorweekt zijn. Prettig vooruitzicht dus als je vandaag nog 43 kilometer voor de boeg hebt. Pas rond de klok van elven, als we ons nabij het prachtige kasteel "Heeswijk" bevinden, breekt de bewolking en wordt het droog. Maar het gevoel dat je bij elke stap het water tussen je tenen voelt sijpelen, blijft onprettig.

Nu, woensdag 16 augustus, ’s morgens om acht uur staan we te wachten op een aansluiting naar Deurne. De stoptrein blijkt later te gaan dan ik aanvankelijk dacht. Na aankomst in Deurne moeten we nog een kilometer lopen naar de bushalte. Alles bij elkaar betekent dat, dat we de bus naar ons vertrekpunt missen en een uur moeten wachten op de volgende. Freek stelt voor de sneltrein naar Helmond te nemen die over een paar minuten vertrekt en dan vanuit Helmond de bus te nemen. Zo gezegd, zo gedaan. Om vijf voor negen zet bus ZO 27 ons af bij bushalte Crayenhut, op de grens van Noord Brabant en Limburg, ruim vijf kilometer ten oosten van Deurne. Aan de overzijde zie ik bij de bushalte in tegenovergestelde richting nog het handdoekje aan de haltepaal zitten wat Freek daar twee weken geleden aan bevestigd heeft.

De voetreis door de Peel kan beginnen. Vrij spoedig bereiken we het pad langs het Defensiekanaal. Om de paar honderd meter staat een kazemat, een betonnen doosje met schietgaten. Deze zijn genummerd en het eerste nummer dat mij opvalt is 252. En we zijn er al een aantal voorbij. Het gidsje zegt er het volgende over.

Dit zijn restanten van de Peel-Raamstelling, aangelegd in de jaren dertig om aanvallen vanuit het oosten te keren. Vanuit het zuiden liep deze linie noordwaarts over de Peel, om bij Mill de Peelhorst te verlaten en vervolgens via het riviertje de Raam uit te komen bij Grave. Daar haakte de stelling aan op de Maas-Waallinie, die op zijn beurt verder noordwaarts via de Betuwelinie in verbinding stond met de Grebbelinie. In het zuiden had de Peel-Raamstelling moeten aansluiten op een Belgisch verdedigingssysteem langs de Maas. Op papier zag het er mooi uit, in het terrein stelde het minder voor. In de magere jaren dertig was zuinigheid troef, ook voor de oorlogsbegroting en de Belgen maakten weinig haast met hun Maasverdediging. De Peel-Raamstelling was op veel plaatsen niet meer dan een simpele “vertragingslinie”, met een enkele antitankgracht met kazematten. Een linie die in de meidagen van 1940 de Duitsers maar bitter weinig vertraging opleverde.

Op het pad ligt op enkele meters uit elkaar vers uit het kanaal gebaggerde modder met gras. We springen van links naar rechts om er niet met onze schoenen in te stappen. Even verderop passeren we de boosdoener. Een flinke tractor die de hele breedte van het pad bestrijkt en met een grote grijper het kanaal uitbaggert. Als dit niet regelmatig zou worden bijgehouden zou het kanaal heel snel vergrassen. Het stikt hier ook van de hoge braamstruiken vol met trossen grote rijpe bramen. Die laten wij ons best smaken. Gek worden we van de zwermen steekvliegen. Ondanks Freek z’n anti-muggenstift zijn die krengen nogal agressief. Wild slaan we om ons heen maar af en toe ziet zo’n vlieg zijn aanval toch bekroond, soms zelfs dwars door een T-shirt heen.

In Griendtsveen, na ruim zes kilometer, bevindt zich cafe "De Morgenstond". Het is tien over tien en volgens een mevrouw die in de tuin werkt, gaat het cafe pas om half elf open. Als wij toch naar binnen gaan houdt de baas ons tegen. Wanneer hij echter hoort dat wij nog een hele tippel voor de boeg hebben zonder horeca mogelijkheid, mogen wij toch plaats nemen. De vers gezette koffie smaakt heerlijk. We krijgen bovendien nog een stempel in ons wandelboekje. In het gastenboek prijs ik De Morgenstond "het goud in de mond".

Verder gaat het door het natuurreservaat Mariapeel. Links en rechts van ons bevinden zich afgegraven turfvelden die nu vol water staan. Dode berken steken met duizenden tegelijk macaber hun blad- en takloze stammen uit het goor uitziende water. Na tien kilometer bevinden we ons nog maar anderhalve kilometer vanaf Griendtsveen, alleen aan de andere kant van de Helenavaart.
Op een parkeerplaats "Driehonderd Bunders" genaamd, nemen we een korte rust. Daarna vervolgen we de tocht door het natuurreservaat "Deurnsche Peel". Een prachtig smal kronkelend pad voert ons kruip-door sluip-door tussen de manshoge koningsvarens door.

Op de Meijelseweg hebben we de keus, óf de normale route die het gehele jaar door gewandeld kan worden, óf een variant, niet gemarkeerd, dwars door een gebied dat slechts buiten het broedseizoen (15/3-16/7) of trekseizoen (15/10-1/12) toegankelijk is. Natuurlijk kiezen wij voor de laatste optie, dwars door de Astense Mosplak Peel. Na ruim één kilometer echter lopen we vast. Het pad staat eerst vol brandnetels en verdwijnt vervolgens onder de graspollen. Hoge pollen waar je de enkels op breekt wanneer je maar even verkeerd stapt. Waar belanden we hier in vredesnaam. Zo meteen zitten we misschien midden in het moeras. In het gidsje staat: "wat oogt als solide grond is maar al te vaak een drijftil waar je soepeltjes doorheen zakt; knuppelpaden moeten de wandelaar behoeden voor verdrinking."

Wij besluiten niet verder te gaan en de normale route op te pakken. Dat betekent wel weer bijna drie kilometer langer lopen. Voor het geplande bezoek aan het bezoekerscentrum van SBB, "Mijl op Zeven" genaamd, komen we net te laat. We passeren het even na vijven. In het gidsje staat de openingstijd van 9-17 uur van 1 april tot 1 november. We worden het wandelen zo langzamerhand spuugzat. Sinds de korte onderbreking bij de parkeerplaats "Driehonderd Bunder" om 13.00 uur hebben we niet meer gepauzeerd.
Voordat we de weg inslaan naar ons hotelletje in Ospel krijgen we in het bos nog een aanval van steekvliegen te verwerken. De muggenstift van Freek voorkomt gelukkig erger.
Om kwart over zes wacht ons een heerlijke douche in hotel 't Peeljuweel. We laten na bijna 48 kilometer de vermoeidheid van ons afglijden. Morgen wachten er nog eens 44 kilometer.

 

Als Nico en ik om kwart voor acht in de eetzaal arriveren heeft Freek z’n eerste bakkie koffie al achter de kiezen. Het ontbijt ziet er perfect uit en bestaat uit allerlei soorten brood, gekookt eitje en een glas jus, m’n liefje wat wil je nog meer. We zijn erg dorstig want de thee voor Nico en mij en de koffie voor Freek is niet aan te slepen. Ondanks de om het half uur slaande kerkklok, pal naast ons hotel, hebben we alledrie redelijk goed geslapen. Dus de start om half negen kan haast niet beter.

Het heeft vannacht flink geregend gezien de plassen op de weg, maar nu is het droog. "Toch zou dat straks in de Groote Peel best wel eens soppen kunnen worden", gaat het door mij heen.

Als we om tien over negen langs het bezoekerscentrum "Mijl op Zeven" lopen, blijkt de openingstijd veranderd te zijn in 10 uur. Jammer, want enige aanvullende informatie over de omgeving is altijd meegenomen. In het gidsje staat hierover het volgende vermeld.

"Mijl op Zeven" heet het bezoekerscentrum van Staatsbosbeheer, een replica van een oude Peelboerderij. Deze wonderlijke naam komt natuurlijk niet zomaar uit de lucht vallen. Men gaat er prat op in deze contreien, dat de uitdrukking ‘een mijl op zeven’ hier ontstaan is. Het was vanuit Deurne namelijk alleen mogelijk via Meijel naar het Limburgse Sevenum te reizen – een ontstellende omweg die alleen bij zeer droge zomers te vermijden was. Die omweg liep over de dekzandrug, met een slinger van Deurne over Liessel en Neerkant naar Meijel door het eertijds onafzienbaar Peelmoeras.

Direct na "Mijl op Zeven" nemen we een variant op de originele route. Ook deze route is niet gemarkeerd dus moeten we goed lezen. De variant is, in tegenstelling tot gisteren, goed begaanbaar en gaat langs veel vennetjes dwars door het Nationaal Park De Groote Peel. Een steeds smaller wordend pad voert ons door het grootste ven in dit gebied, genaamd "Aan ’t Elfde". Het is hier goed drassig. We komen onder de spinraggen te zitten die over het pad gespannen zijn. Ook de steekvliegen zijn weer actief. Maar als we eenmaal de Groote Peel achter ons hebben gelaten, zijn ook de vliegen verleden tijd. Na ongeveer dertien kilometer hebben we een rust gepland in een bungalowpark. Als we daar aankomen blijkt er geen kantine te zijn en de receptie is gesloten. We besluiten ons geluk even verderop in Meijel te beproeven maar daar is het cafe/restaurant om tien over elf nog gesloten. Op mijn tijdschema heb ik nog een alternatief vermeld over drie kilometer. Maar Freek leest in de routebeschrijving dat deze op donderdag (vandaag dus) is gesloten. De redding dient zich aan bij een openstaande schuurdeur waar op een stuk karton fruit te koop wordt aangeboden. Als we naar binnen gaan heeft de mevrouw zelfs nog zelfgemaakte appelsap in de aanbieding. We laten onze drie zuipflesjes vullen met dit heerlijk gekoelde vocht, nemen nog vijf consumpties en kopen tenslotte nog vijf appels, dit alles voor slechts één tientje.
Deze rust heeft ons goed gedaan. Het is tien over één als we bij het Recreatieoord "De Leistert" in Roggel arriveren. We hebben er dan ruim vierentwintig kilometer opzitten. Om gebruik te mogen maken van het restaurant dient elke bezoeker in het bezit te zijn van een pasje. Dat hebben wij niet dus moeten we een toegangskaartje van vier piek de man kopen. "Maar", zegt de vriendelijke jongen achter de kassa, "als je binnen het uur weer weg bent, krijg je je geld weer terug." Dat is dus niet tegen dovemansoren gezegd. Bovendien is de man bereid een stempel van "De Leistert" in ons boekje te zetten.

Via het kleine plaatsje Ophoven bereiken we het Natuurreservaat "Leudal". We klimmen een tiental meters en zien beneden ons het riviertje de Leu stromen. Als we een zandheuvel (de Litsberg) bereiken en aan de voet daarvan in de stralende zon een strandje langs de Leu ontwaren, wanen wij ons als in het paradijs. De gids zegt er het volgende over.

Slingerbeken zijn zeldzaam geworden in ons door en door genormaliseerde landje. Als ze zich dan ook nog eens een steil dal hebben uitgeslepen is het helemaal bijzonder. Beide ingrediënten – slingerbeken en steile dalwanden – vindt men in het Leudal (SBB). Diep heeft de beek zich hier ingeslepen, met als gevolg dat diverse aardlagen aan het daglicht zijn gekomen. Zand wordt afgewisseld door leem, waarin oeverzwaluwen hun nesten uitgraven.

We volgen nu zoveel mogelijk de oever van het sterk meanderend riviertje en bereiken tenslotte de Sint Ursula watermolen, waarin SBB een bescheiden bezoekerscentrum heeft ingericht. Hierin werd vroeger zowel graan gemalen als olie geperst. Het huidige drijfwerk van de oliemolen stamt uit de zestiende (!) eeuw. Hier pauzeren we even en maken nog even een praatje met de molenaar.

Daarna zijn we even goed de kluts kwijt. Een onduidelijke omschrijving in de tekst en een onduidelijke markering brengen ons bijna in het plaatsje Nunhem, terwijl we de andere kant hadden op gemoeten. Dat maakt de route weer een kilometer langer.
Om tien over half vijf bereiken we het centrum van Horn, nog ruim vijf kilometer van ons einddoel Roermond verwijderd. We hebben alle drie het end in de bek en laten ons het bier goed smaken. We rusten een half uur en laden de accu nog even voor een klein uurtje op. Daarna, op weg naar Roermond, passeren we even buiten de bebouwde kom het Kasteel Horn. Al in 1243 wordt melding gemaakt van deze burcht. Dit is de laatste bezienswaardigheid van deze dag. De drukke verkeersweg naar de finish over het Linne-Buggenum kanaal, langs en over de Noorderplas en over de Maas is het tegenovergestelde van de rust waar we deze dag mee begonnen.
Tien over zes bereiken we het station van Roermond. In de restauratie laten we ons uitgebreid verwennen met het weekmenu en een paar pinten bier.

CEES MOERBEEK

 

Fotoalbum 2017

Klik hier voor het fotoalbum van 2017

Facebook

Klik op het logo voor onze Facebook pagina

Onze sponsor

Bezoek de website van onze sponsor:

Klik hier voor website "Liv Ourdoor" (onze sponsor)

Ga naar boven