DLL bestaat 80 jaar

Onze secretaris Cees Moerbeek was ook actief bij wandelsportvereniging WS'78. En ook daar maakt hij leuke dingen mee die hij ons niet wil onthouden....

DE UITSMIJTER VAN DE 20e EEUW

Graag had ik de laatste WS tocht in de 20e eeuw, of zo u wilt in het 2e millennium, voor mijn rekening willen nemen. Achteraf kan ik alleen maar in mijn handen knijpen dat Piet en Peter deze uitsmijter in en rond Almere wilden uitzetten. En een uitsmijter was het zeker, deze tocht. “Een klassieker”, hoorde ik zelfs een van de deelnemers onderweg zeggen. En hij meende het nog serieus ook. Diep in zijn regenpak weggedoken, verwarde haren en regen, die van zijn gezicht afgutste. En hij was niet de enige die enthousiast de barre, maar wel WS waardige, veertig kilometer aflegde.

Diana Woei had het ons allemaal al verteld de vrijdag er voor. “Het wordt dit weekeinde echt binnen-blijf-weer”, raadde zij een ieder in haar weerpraatje aan. Zeker honderdvijftig wandelaars (twijfelaars) hebben haar advies opgevolgd. Een beetje ongelijk hadden zij niet dit keer. Tot een uur of half elf bleef het droog. Daarna kwam de zondvloed. Eerst een geniepig motregentje, vervolgens veel regen met in de laatste uren daarbij een vliegende storm over het Weerwater als toegift.

BANDENPECH
Rond de klok van negen luisteren 292 dapperen zoals altijd ongeduldig naar het praatje van Peter. Graag binden zij vandaag de strijd aan met de elementen. Aan het eind van de parkeerplaats delen Nico, Erik Monique en ik de parcoursen uit. Het is nog droog. Dat is dan mooi meegenomen. Om half tien stap ik op de fiets als parcoursbewaker. Al vrij snel rijd ik enkele late starters achterop. De bebouwde kom van Almere laten wij spoedig achter ons. Met de Oostvaardersdijk in zicht merk ik dat mijn achterband slap wordt. En ik had hem nog wel extra opgepompt bij mijn vertrek. Bovendien ontdek ik dat ik mijn plakspullen thuis heb laten liggen. Op het Da Vincipad is alle lucht uit mijn band verdwenen. Ik heb nog geen vijf kilometer afgelegd. Wat een uitkomst zo’n mobiele telefoon. “Even Willem “Apeldoorn” bellen”, gaat het door mij heen. Gelukkig bevindt die zich nog bij de soeppost. We spreken af dat hij mij over een kwartier op de Oostvaardersdijk oppikt. Maar dan moet ik nog wel ruim anderhalve kilometer met de fiets aan de hand lopen.
Het groepje Woudenbergers is een beetje begaan met mijn lot. Als ik op de dijk ben, is Willem snel ter plekke. Mijn fiets wordt achterop de aanhangwagen gesjord. Bij de soeppost staat Klaas Bunschoten, vandaag tot parcoursbewaker gebombardeerd, net op het punt om te vertrekken. Hij leent mij zijn doosje plakspullen, dat hij vanmorgen van Piet heeft gekregen. Het begint te motregenen. Dat bemoeilijkt het vinden van het lek. Willem voelt met zijn lippen of hij ergens lucht voelt ontsnappen. Als hij uiteindelijk het lek heeft getraceerd, blijkt de tube alleen uit opgedroogde solutie te bestaan. Daar zou Klaas onderweg ook niets aan hebben gehad. Dan maar wachten op Peter. Gelukkig is zijn doosje wel goed gevuld en gaat het plakken verder moeiteloos.

GREPPELGLIJDEN
Met het oppompen krijgen we met de volgende tegenslag te maken. Het handpompje van Willem begeeft het, net nu mijn band half vol is. Met mijn eigen fietspompje komt er wel wat lucht bij maar erg enthousiast ben ik daar niet over. Niet al te zeker over de goede afloop hervat ik mijn taken. De motregen is inmiddels overgegaan in regen met grote druppels. Het prachtig aangelegde Wilgenbos is glad en blubberig. De kronkelpaden zijn bijkans onbegaanbaar. Bij punt 62, een doorgang door een greppel, staat Peter foto’s te maken. Zijn hoop dat hij een fraaie glij/val partij langs de gladde hellingen op de gevoelige plaat kan vastleggen, gaat in rook op. Ik help wat mensen door hen halverwege de greppel een hand te reiken om ze vervolgens de helling op te duwen. Peter fietst door en ik blijf helpen tot Erik komt en mijn werk over neemt. Van niemand krijg je een onvertogen woord over de slechte conditie van het parcours. Deze gasten blijven lachen. Alleen Karel Koning lacht als een boer met kiespijn. Hij is een van de drie ongelukkigen die wel languit gaat in de greppel. Daarbij scheurt hij uit zijn broek. Gelukkig verhult zijn regenbroek al het schoons daaronder.

VOOROORLOGSE PRIJZEN
Op weg naar de grote rust in de kantine van het Oostvaarders College voel ik dat mijn achterband opnieuw zacht wordt. Nog twee keer moet ik pompend in actie komen voordat ik bij de rust arriveer. Piet en Peter hebben voor een uitstekende locatie gezorgd. Ruim, gezellig en goedkoop. Voor koffie en soep betaal ik een knaak. Met zulke vooroorlogse prijzen ga je nogmaals in de rij staan voor een derde consumptie. Aan mijn tafel zit een jongeman van veertien die vandaag zijn eerste veertig kilometer aflegt. Richard Moses uit Almere loopt pas sinds oktober en heeft zijn vorige vier tochten samen met zijn opa gelopen. Deze vond het vandaag echter te bar om op pad te gaan. Vaak hoor je het net andersom, opa loopt en kleinzoon zit achter de kachel.
Als Karel verpieterd binnen komt vraagt hij aan de concierge of hij zijn onder de prut zittende regenbroek even mag schoon douchen. Hij wordt op zijn wenken bediend. Later op de route blijkt dat zijn val hem toch parten gaat spelen en moet hij noodgedwongen uitvallen.

KOFFIE IN DE BOTENLOODS
Voordat ik mij op weg begeef voor het tweede deel, pomp ik mijn achterband maar weer eens op. Bij het passeren van de spoorlijn begeeft m’n band het echter definitief. Ik besluit de vijf kilometer die mij nog resten tot de koffiepost lopend af te leggen. Erik fietst mij weer voorbij en staat even later bij de passage van het viaduct van de snelweg (A6). Samen met Peter staat hij aanwijzingen te geven hoe je het beste het drassige terrein kunt oversteken zonder tot je enkels in het water te verdwijnen. Het pad even later door het voormalige maisveld is ook wel eens begaanbaarder geweest. De regen komt met bakken uit de lucht. Door het golfplaten dak van de botenloods waarin de koffiepost is gesitueerd, lijkt alles nog veel heviger. Willem stelt voor om mij en mijn fiets naar het eindpunt te brengen. Ik wil echter eerst nog een keer proberen of het misschien het ventiel is wat de lekkage veroorzaakt. Met vereende krachten tillen we de fiets met fietstassen en al over de met gevulde koeken en andere etenswaren gevulde schragen heen. Lineke, Mien en Lammie staan dat alles geamuseerd aan te zien.
Ik verwissel het ventiel en pomp met het pompje van Erik de band op. Voorlopig wijst alles er op dat mij nu verdere ellende bespaard blijft. “Nog tien kilometer”, gaat het door mij heen.

NIEUWE TEGENSLAGEN
Bij punt 136 weer iets leuks. Eerst een dijkje op, vervolgens enkele honderden meters door de bagger en dan een afdaling naar een drassige grasvlakte. Weer voel ik m’n band langzaam leeglopen. Ik ga weer te voet verder. Even later loop ik Gerard van Haren, Sonja en Rene Wilting achterop. Gerard loopt te genieten. “Echt een klassieker, deze WS tocht”, is het commentaar van deze Flevolander, die bovendien in nagenoeg eigen omgeving geconfronteerd wordt met zoveel verrassingen.
Bij punt 153 op het Boomkleverspad staan Piet en Peter met elkaar te overleggen. Zij halen er een wel heel glibberig gedeelte uit. Peter vraagt mij enkele steunpijlen te willen aanbrengen tot de kruising met asfaltweg. Op dat moment merk ik dat ik mijn kilometerteller ben verloren. Ik heb geen zin om weer terug te gaan en hoop dat iemand van ons het apparaat zal vinden. En alsof ik nog niet genoeg tegenslag heb vandaag breekt mijn op mijn borst aan een koord hangende leesbril doormidden. Dat kan er ook allemaal nog wel bij. Erik komt weer langszij en helpt mij weer aan een beetje lucht.
Tot de fruitpost blijft de band redelijk gevuld. Het is nu zo goed als donker. Ik bevestig de batterijlampen aan mijn fiets. Langs het Weerwater woedt een storm met windkracht negen. De regen giert tegen ons aan. Ik maak een knuist van mijn wollen handschoenen. Het water loopt er met stralen uit.
Na het ziekenhuis gaan we rechts af in de richting van het stadhuis van Almere. De pijlen op de bomen zijn verregend, die op de lantaarnpalen verwaaid. De krijtpijlen die we her en der nog aanbrengen, zullen weldra weer weggespoeld zijn. Het is vechten tegen de bierkaai.
Het is vijf uur als ik bij de Sporthal van Almere terug ben. Ik heb geen droge draad meer aan mijn lijf. De kleedkamers 1 en 2 zijn speciaal voor WS 78 gereserveerd. De warme douche en droge kleren maken weer een ander mens van je. Vergeten is die ellende van onderweg. Nou ja, vergeten?

CEES MOERBEEK

 

Fotoalbum 2017

Klik hier voor het fotoalbum van 2017

Facebook

Klik op het logo voor onze Facebook pagina

Onze sponsor

Bezoek de website van onze sponsor:

Klik hier voor website "Liv Ourdoor" (onze sponsor)

Ga naar boven