DLL bestaat 80 jaar

LEVE HET OPENBAAR VERVOER

Het is zaterdag 5 februari 2000. Ik heb mijn wekker op vijf uur gezet maar als ie afgaat blijkt het nog maar kwart voor vijf te zijn. Het plan voor vandaag is om een stukje van het GRAAFSCHAPSPAD te lopen en wel van Zutphen naar Barchem, een afstand van ruim 32 kilometer. Om vijf over zes trek ik de deur achter mij dicht en begeef mij lopend naar het station in Wormerveer. Ik maak vandaag weer eens gebruik van mijn vrij vervoer van de NS.

Terwijl ik op het perron heen en weer loop laat de NS via de intercom weten dat de trein naar Amsterdam vandaag van het andere perron vertrekt. En inderdaad, waar zojuist de trein voor Alkmaar vertrok, komt nu de stoptrein voor Amsterdam aangereden. Freek heeft zich zoals gebruikelijk aan het raam geposteerd om in Wormerveer naar mij uit te kijken en is dan ook stomverbaasd als de trein stopt en er aan zijn kant geen perron te zien is. Gelukkig heeft deze wisseling van sporen geen vertraging tot gevolg. In Amsterdam voegt Nico zich ook bij ons en gedrieën pakken we om zeven over zeven de intercity naar Apeldoorn. Er is slechts één deur van de trein geopend, waar de hoofdconducteur de kaartjes staat te controleren. We zoeken een goed plaatsje op zodat we tegenover elkaar komen te zitten. Ter hoogte van Weesp komt de mobiele restauratie voorbij. We laten ons de koffie best smaken. Even voorbij Baarn begint het buiten te dagen. Zo te zien belooft het een prachtige dag te worden.

Hoewel de trein in Amsterdam precies op tijd vertrekt, wordt in Amersfoort een vertraging van vier minuten opgelopen. “Als dat met overstappen in Apeldoorn maar goed gaat”, gaat het door mij heen. We hebben daar maar drie minuten overstaptijd. Als de conducteur langs komt, leg ik hem ons probleem voor. “Is het misschien mogelijk dat de trein naar Zutphen even op ons blijft wachten”, vraag ik hem. Hij pakt zijn gsm en neemt contact op met de verkeersleiding. Even later krijgt hij een bevestigend antwoord. Hij heeft echt niets teveel gezegd. In Apeldoorn staat aan de andere kant van het perron de diesel sneltrein naar Zutphen netjes op ons te wachten. Wij zijn bijna de enige passagiers aan boord. Al vrij snel nadat de trein zich in beweging heeft gezet, verschijnt de conducteur. Een kaalgeschoren jongeman die wel zin heeft in een praatje. Of we gaan wandelen en zoja, waar en hoeveel kilometer. Zelf blijkt hij een verwoed mountain-biker te zijn. “Hebben jullie als wandelaars daar wel eens last van”, wil hij weten. Dat hebben wij persoonlijk niet maar wij kunnen ons wel voorstellen dat er over en weer wel eens irritaties ontstaan.

In de stationshal van Zutphen staat de conducteur nog vriendelijk naar ons te zwaaien als wij bij het loket een stempel vragen in ons wandelboekje. Dit is een steeds weer terugkerend ritueel tijdens onze wandelingen. Het is tegen half negen als wij de stad inlopen richting Sint Walburgskerk, waar de officiele route begint. De oude stadskern is echt een bezienswaardigheid zo ook de deels nog intact gebleven stadsmuren. Al vrij snel laten we de stad achter ons en belanden op een kilometers lange grasbaan langs het riviertje de Berkel. We hebben het windje in de rug en de zon schijnt al volop. We krijgen het warm. Het lijkt wel een lentedag. De temperatuur zal niet ver van de tien graden af zijn. Het landschap is uniek, licht glooiend en af en toe afgewisseld door een landgoed omringd door forse beuken en eiken. De meeste landgoederen in deze buurt behoren tot het Gelders Landschap, herkenbaar aan het gele dropvormige ruit met rood middenvlak. Eerst komen we langs HUIS DE VOORST, dat nu in gebruik is als conferentieoord.

Rond kwart over tien naderen we het kleine plaatsje ALMEN. Op de topokaart staat een kop en schotel ingetekend als zou daar een gelegenheid zijn om de inwendige mens wat te versterken. Tegen Nico spreek ik daar zo mijn twijfels over uit: “kwart over tien, op zaterdag, in zo’n gehucht?” Eenmaal in Almen komen wij na de kerk tegenover “DE HOOFDIGE BOER” te staan, een hotel-restaurant. Maar liefst vijf personen zitten in de koffiekamer met smart te wachten op hun eerste klantjes. “Zijn jullie al twee uur onderweg?”, vraagt de baas van het spul belangstellend. Ja dat zijn we, op een paar minuten na, inderdaad. Het bakkie troost gaat er best in en we maken ons op voor de volgende negen kilometer naar LAREN. Met het Pieterpad zijn we ook door Laren gekomen. Toen liepen we van noord naar zuid. Vandaag van west naar oost. Op de viersprong bij de kerk hangt bij hotel Stegeman nog steeds het uithangbord “Pieterpad Pleisterplaats”. We laten de horecastop voor wat ie is en besluiten om nog ruim zeven kilometer door te lopen naar Lochem. Kort voor de tweede oversteek van het Twentekanaal passeren we de HAVEZATHE AMPSEN, een oud landgoed wat rond 1650 gebouwd zou moeten zijn. In Lochem vinden we in de Bierstraat heel toepasselijk een gelegenheid waar we onze dorst kunnen lessen. Dan wachten ons nog een zestal pittige kilometers tot Barchem. Even buiten Lochem, na het passeren van de HAVEZATHE DE CLOESE, tegenwoordig dienst doende als politieopleidingscentrum, bereiken we de Lochemse Berg en de Kalenberg, “bergjes” van zo’n vijftig meter hoog. Niet om over naar huis te schrijven maar zo aan het eind van de rit nog twee keer steil een dertig meter klimmen, dat ga je best voelen.

Het is vijf over drie als we bij de bushalte in BARCHEM arriveren. Hier vertrekt om 15.34 uur de bus naar Borculo. Maar we moeten die naar Ruurlo hebben, zo liet de NS-reisplanner in mijn computer mij weten. Bij Koeleman, de plaatselijke huishoudelijke artikelen zaak, tevens ingericht als VVV-folderservice, vertelt men ons dat de rechtstreekse busverbinding met Ruurlo al lang niet meer bestaat. We moeten eerst met lijn 56 naar Borculo en daar overstappen op lijn 23. Als de bus op tijd rijdt is dat overstappen geen ramp maar onze bus begint al met een vertraging van drie minuten. Net als de conducteur vanmorgen in de trein naar Apeldoorn, is onze chauffeur wel bereid om contact op te nemen met de centrale. Even later roept hij naar ons dat de “23” op ons wacht. Op het busstation van Borculo staat inderdaad een bus te wachten. Onze bus! We stappen over en we zitten nog niet op onze plaats of deze is al onderweg. Wat een perfecte verbinding. Even voor vieren worden we afgezet bij het NS station Ruurlo, even over vieren gaat onze trein.

De reis verloopt verder ook heel voorspoedig. Totdat na Amersfoort de hoofdconducteur wordt opgeroepen via de intercom. Kort voor Hilversum remt de intercity af en in Hilversum wordt de trein naar het buitenste spoor gerangeerd. Daar komt ie tot stilstand. Het oponthoud duurt maar kort. Van de mobiele restaurateur vernemen wij later dat er een overval heeft plaatsgevonden en dat de zich in de trein bevindende overvaller in Hilversum aan de politie is overgeleverd. Het biertje in de trein laten wij ons ondertussen goed smaken. Het einde van een heerlijke wandeldag komt in zicht.

CEES MOERBEEK

 

Fotoalbum 2017

Klik hier voor het fotoalbum van 2017

Facebook

Klik op het logo voor onze Facebook pagina

Onze sponsor

Bezoek de website van onze sponsor:

Klik hier voor website "Liv Ourdoor" (onze sponsor)

Ga naar boven