DLL bestaat 80 jaar

HET MOEST DE DAG VAN DE SLEUTELS ZIJN

Wáár heb ik dat meer gelezen. Je hoort zoveel van die sleutelverhalen. O ja, ik weet het weer. Op de dag van de eerste Lustrumtocht van WS 78 op 9 juli 1983 in Apeldoorn meldt  medeoprichter Fred Westerheijden zich rond de klok van zeven uur bij de poort van de Acaciahal. De beheerder, die er om deze tijd zou zijn, is er nog niet. Gelukkig heeft Kees Cobussen een extra sleutel meegekregen dus het etablissement kan worden geopend. Dan dient zich echter het volgende probleem aan. Fred kan de sleutel van de kofferbak niet vinden. Uitpakken van wisselgeld, wandelboekplaatjes en nog veel meer is niet mogelijk. Verslagenheid alom! Een buurman wordt gebeld. Hij zal de reservesleutel brengen.
Iedereen herinnert zich wel minimaal één zo’n moment in zijn of haar leven. Gehannes met sleutels! Zo ook bij mij, als ik mij op vrijdag 18 oktober 2002 om half zeven in de ochtend naar Rhenen begeef. Ik heb m’n fiets achterop de auto mee. Ik ga Henk Veenendaal en Gerard Achterberg assisteren met het bepijlen van de tweede WS 78 wandeltocht van het 25e seizoen vanuit Rhenen. We hebben afgesproken om met twee ploegen van twee (Albert Smit is ook van de partij) de klus te klaren. Het is de bedoeling om bij de soeppost te beginnen. Henk en ik doen het gedeelte tussen de soep- en de koffiepost. Deze post bevindt zich  toevallig op dezelfde locatie aan de Cuneraweg in Rhenen. Zo komen we dus vanzelf weer bij de auto terug. Gerard en Albert doen de andere helft. Maar dat is wél het gedeelte waar de Boswachterij scherp let op het juist bevestigen van de papieren pijlen. Maar dat kunnen we wel aan Gerard toevertrouwen want die kent zijn ‘pappenheimers van het bos’. Hij kan zogezegd lezen en schrijven met die gasten.

Ik heb even problemen met het vinden van de juiste weg naar de soeppost. Ik heb de topografische kaart wel bij de hand maar ik kan er van z’n lang van z’n leven niet uitkomen. Ik parkeer m’n auto op de parkeerplaats van Restaurant “Montagne” en bel eerst naar het huis van Henk. Die is al weg en Mas, zijn vrouw, geeft mij het nummer van zijn mobieltje. Maar Henk heeft zijn gsm nog niet aanstaan. Dus bel ik de familie Bos, waar we morgen de verzorgingsposten mogen inrichten. Gelukkig krijg ik gehoor. Ik vraag of één van die gasten die nu bij hun voor de deur op mij staan te wachten (ik gok er tenminste maar op dat ze daar staan) mij kan ophalen bij “Montagne”. Als nog geen vijf minuten later Henk komt voorrijden, begrijp ik dat de boodschap is overgekomen.
Even later is het pijlgezelschap kompleet. We begroeten elkaar hartelijk en de pijlattributen worden uitgereikt. Gerard heeft thuis voor alle zekerheid alle nietapparaten uit elkaar gehaald, goed nagekeken, flink in de olie gezet en weer ‘Otje Pietje’ klaargemaakt voor gebruik, zodat we onderweg niet voor verrassingen komen te staan. Om half negen gaat ieder ‘zijns weegs’. De samenwerking tussen Henk en mij is voortreffelijk. Henk doet de genummerde pijlen. Hij weet als parkoersarchitect precies de route. De eerste nummerpijl is 37. Ik doe de steunpijlen en hobbel zo op flinke afstand achter Henk aan.
We hebben nog geen twee kilometer afgelegd, pijl 41 is zojuist op een boom geniet, als bij Henk het mobieltje gaat ‘spelen’. Het is Gerard die nota bene problemen heeft met twee niet-werkende nietapparaten. De reserves liggen in de auto van Henk. Of Henk even terug wil fietsen naar zijn auto. Zo gezegd, zo gedaan! Ik neem de nummerpijlen van Henk over en vervolg mijn weg richting Amerongen.
Ondertussen is Henk bij zijn auto gearriveerd waar Albert en Gerard al ongeduldig staan te wachten. Maar als Henk zijn autosleutels tevoorschijn wil halen, grijpt hij mis. Alle zakken worden geleegd, z’n rugzak helemaal ondersteboven en binnenstebuiten gekeerd, geen sleutelbos te bekennen. Verloren!, gaat het door z’n hoofd.
Gerard en Albert gaan het opnieuw proberen, nu met het nietapparaat van Henk op zak. Deze blijft ietwat beteuterd achter maar besluit toch maar de achtervolging op mij in te zetten. Even voorbij pijl 39 ziet Henk wat op het bospad liggen. Dat kan toch niet wáár zijn, daar ligt warempel zijn sleutelbos. Weg zijn meteen al zijn zorgen! In de buitenwijken van Amerongen rijdt Henk mij achterop. Ik heb zojuist pijl 58 bevestigd.
Het Dorpshuis, waar morgen de grote rust is, is gesloten als we daar rond elf uur arriveren maar een daarnaast gelegen horecagelegenheid is om deze tijd altijd open. We laten ons de koffie en de chocolademelk goed smaken. Na een half uur pauze vervolgen we onze weg. Hoewel er steeds donkere luchten in de verte dreigen, hebben we tot nu toe het weer goed mee. Het zonnetje schijnt heerlijk en er is weinig wind. Maar rond de klok van één uur, net nadat we pijl 99 hebben bevestigd op het pad dat leidt naar de 63 meter hoge Elsterberg, begint het te regenen. Ja en meteen flink ook. Het schuin oplopende pad verandert bijna onmiddellijk in een wild stromende beek. Ik trek mijn regenbroek aan. Mijn waterafstotende jack kan wel tegen en stootje. Maar als Henk zijn regenpak uit z’n rugzak wil pakken, komt hij tot de ontdekking dat ie die in Amerongen heeft laten staan. “Nou, die moet ik dan straks maar even met m’n auto ophalen”, reageert Henk. Hij leent van mij een regenjack en we blijven een poosje schuilen. Opeens zie ik Henk opschrikken. “Ik kan niet eens met m’n auto naar Amerongen want mijn autosleutels zitten ook in die rugzak”, zegt hij vertwijfeld. Gelukkig kan ik hem geruststellen. “We kunnen toch met mijn auto”, zeg ik dan. “Da’s waar ook”, reageert Henk, “even niet aan gedacht”. We moeten nog een kleine anderhalve kilometer als we, nadat de ergste regen voorbij is, de bepijling verder voortzetten.
Alles gaat verder goed. De rugzak staat nog in het café. De bepijling op ons traject is naar tevredenheid aangebracht en kwart over twee rijd ik weer huiswaarts. Als ik thuis mijn verhaal kwijt wil, wordt mij meteen de mond gesnoerd. “Práát me niet over sleutels”, roept Ada ietwat geïrriteerd. Niets begrijpend houd ik m’n mond. Maar niet lang daarna hoor ik tóch wat haar dwars zit. Haar vader heeft vandaag de sleutel gekregen van zijn nieuwe woning. Zo heet dat, ‘je krijgt de sleutel’. Nou hij kreeg er wel twaalf. Zes van de voordeur, drie van de balkondeur, twee van de schuurdeur en één van de postbus. Hij wist er geen end aan. Terwijl Ada in de keuken aan d’r eten bezig was, zat opa op de lange formicatafel te schuiven met de sleutelbossen. Wat hoorde nou precies bij wat? Hij kwam er maar niet uit. Na anderhalf uur kon Ada het niet langer aanhoren. “Nou pap, hou er nou maar eens mee op, ik word er gek van!”
Nu begrijp ik waarom Ada ‘nou even niet’ het woord sleutel wilde horen. Kijken we ’s avonds naar Baantjer. Laat nou een voordeursleutel tot de oplossing van een moord leiden. Het moest vandaag kennelijk de dag van de sleutels zijn.

CEES MOERBEEK

 

Fotoalbum 2017

Klik hier voor het fotoalbum van 2017

Facebook

Klik op het logo voor onze Facebook pagina

Onze sponsor

Bezoek de website van onze sponsor:

Klik hier voor website "Liv Ourdoor" (onze sponsor)

Ga naar boven