DLL bestaat 80 jaar

PIJLEN IN DE SOESTERDUINEN

Japie Bult, onthoudt die naam, zijn roem is hem al ver vooruitgesneld. Gaat normaal als Jaap van den Berg door het leven. In wandelkringen doet hij zijn bijnaam eer aan. Voor WS 78 heeft Jaap twee jaar research gedaan naar de mogelijk- en onmogelijkheden rond Soest. Twee jaar lang heeft hij onderhandeld met Landschappen en Defensie. Na vierentwintig maanden krijgt hij de zaak rond en biedt het bestuur van WS 78 zijn parcours aan. Piet en Peter zijn razend enthousiast. Wel drie keer zijn zij naar Soest afgereisd om het parcours te verkennen, te controleren, voor te lopen met hodometer en opnieuw te controleren. Steeds weer komen zij tot een eenstemmige conclusie dat dit een “zware” gaat worden. De plaatselijke courant rept in een interview met Jaap zelfs van de zwaarste in de WS 78 geschiedenis. “Dat heeft de verslaggeefster er maar van gemaakt”, verontschuldigt Jaap zich later. “Hoe zit het dan met de fietscontroles”, is mijn vraag. “Is eigenlijk niet te doen”, krijg ik als antwoord, “althans niet op een gewone fiets.” Met een mountain-bike zal het misschien nog wel te doen zijn. Afgesproken wordt daarom dat ik op de wandeldag zelf, zaterdag 2 oktober 1999, de parcourscontrole het beste lopend kan doen.

DUIZEND PIJLEN
Maar ondertussen hebben de heren WS bestuurderen nog een verrassing voor mij in petto. Met 264 routewijzigingen is het bepijlen op vrijdag voor twee personen (parcoursbouwer Jaap en partner Mea) een onuitvoerbare klus. Daarom worden Gert en ik gecharterd om de rasechte Soestenaren te komen assisteren. Met vier personen kan de klus bij daglicht geklaard worden, maar dan moet er ook niets tegenzitten.
Als samensteller van het bijzonder handzame boekje “WS 78 en het maken van een parcours” kunnen we absoluut niet afwijken van de daarin onder het punt “bepijling parcours” genoemde voorschriften. Dat houdt dus in dat we minimaal 264 keer 3 is 792 pijlen zouden moeten bevestigen. Neem daarbij nog de nodige steunpijlen voor de rechte stukken etc. dan komen we op een totaal uit van wel duizend te bevestigen pijlen. Bovendien is ons gebleken dat de verschillende Landschappen ons wel gunstig gezind zijn voor wat betreft de doorgang, maar minder toegeeflijk ten aanzien van het bevestigen van pijlen aan bomen. Daar mag dus absoluut niet geniet worden maar wel geplakt. Dat betekent in de praktijk een gigantisch oponthoud per pijl. En sjoemelen willen we niet want dat kan betekenen dat je de heren boswachters tegen je in het harnas  jaagt. In de toekomst kan dat dan vervolgens weer betekenen: uitsluiting van wandelaars in de meest prachtige gebieden.

ONDER BESCHERMING VAN TANKS
Ik heb afgesproken om acht uur ‘s morgens in Soest te  zijn. Om kwart over vijf is het reveille want ik wil niet te laat komen. De drukte op de weg valt erg mee dus de reis vlot voorspoedig. Gert komt vanuit Haarlem met de trein. Zonder vertraging ariveert hij even over achten op het station Soest-Zuid. Jaap en Mea spelen een thuiswedstrijd en laten de files op de snelwegen voor wat ze zijn.
Volgens de weerkundigen zal het deze dag een natte dag worden. We merken er nauwelijks iets van. Het is droog en de zon schijnt “waterig” tussen de bomen als we om tien voor half negen de eerste steunpijl op een boom nieten. We hebben afgesproken dat Jaap en Mea de genummerde pijlen gaan aanbrengen en Gert en ik de steunpijlen.
Hoewel we geen snelheid kunnen maken omdat het met tape omwikkelen van dikke bomen erg tijdrovend is, zijn we toch niet ontevreden. Het militaire oefenterrein De Vlasakkers betreden we via een zij-ingang. Jaap is in het bezit gesteld van een sleutel. Het slot is in no-time door Jaap geopend, maar hoe gaat dat ding toch in vredesnaam dicht. Na wat heen-en-weer gepruts komen we er achter hoe het slot werkt. Voor alle zekerheid laten we Mea het hele ritueel nog even overdoen want de volgende dag zal zij als sleutelbewaarster alles alleen moeten doen. Het gaat perfect en we kunnen onze tocht verder vervolgen.
Op de Vlasakkers zelf horen we de tanks in de verte razen. Ik loop niets rustig, zeker niet als een tank ons viertal met grote snelheid tot op enkele tientallen meters nadert. De tankboer zelf is kennelijk ook zeer verbaasd ons op zijn terrein tegen te komen. Ik zie hem contact opnemen met wellicht de wachtcommandant om te rapporteren dat er vreemdelingen op het terrein zijn gesignaleerd. Wij gaan echter onverstoorbaar verder met waarvoor we ingehuurd zijn. Het rupsvoertuig maakt verder geen aanstalten om ons te achtervolgen. Bij het hek van de achteruitgang echter komt een jeep van de terreinbewaking aanrijden. Jaap herkent onmiddellijk de chauffeur als zijn contactpersoon. Kennelijk zijn we toch op de een of andere manier in de gaten gehouden. “Dit hek blijft morgen gesloten”, vertelt de adjudant, maar de wandelaars kunnen gebruik maken van de kleine poort. Het hek dat we vierhonderd meter terug zijn gepasseerd, blijft gesloten. De enige doorgang daar is een klein kruipgat van één meter bij één meter. “Geen doorgang dus voor een parcoursbewaker met fiets”, gaat het door me heen. Het gesprek met de adjudant moet twee keer noodgedwongen onderbroken worden voor laag overvliegende straaljagers. We bevinden ons op nog geen tweehonderd meter afstand van vliegveld Soesterberg. Even verderop kunnen we dat mooi met eigen ogen aanschouwen op de spotterplaats. De landingsbaan wordt met kleurige lichten aangegeven.

KONTAKT DER KONTINENTEN
Met een snelheid van nog geen drieeneenhalve kilometer per uur bereiken we na 2.40 uur de soeppost. Op het terrein van “Kontakt der Kontinenten” heeft Jaap een vervallen gebouwtje (zelf noemt hij dit een boerderijtje) ontdekt dat volgens hem best dienst kan doen als soeppost. Ook hiervan is hij in het bezit van een sleutel. Bedompte lucht komt ons tegemoet. Binnen is het donker. Er is geen electra. Wel staan er een drietal banken en wat stoelen, maar erg fris ziet het er allemaal niet uit. Jaap trekt in de hoek van het vertrek een deur open en meldt vol trots dat dit het toilet is. Voor ons pijlers is deze post goed genoeg. Al vrij snel raken we aan de duisternis gewend. Ons boterhammetje en zelf meegebracht drinken gaat er best in.
Na twintig minuten pauze pakken we de draad weer op. Het is verrassend hoeveel smalle paadjes Jaap in deze omgeving heeft weten te vinden. Soms is het pad totaal onzichtbaar en heeft de vergrassing behoorlijk toegeslagen. De grote rust in “De Pyramide van Austerlitz” bereiken we om 14.20 uur. We zijn nu exact zes uur onderweg voor negentien kilometer. We zijn nog niet eens op de helft en hebben 118 punten van de 264 afgewerkt. Wat moet dit worden.

TERUG IN DE TIJD
Mijn gedachten gaan terug naar “pijldagen” in het verleden. Mijn eerste tocht voor WS vanuit Wormerveer in 1987. Vanwege de kou adviseerde het KNMI de mensen binnen te blijven. We deden er twaalf uur over en bevestigden ‘s avonds om half tien totaal verkleumd de laatste pijl.
En wat te zeggen van die “ijzel”-tocht vanuit Bussum-Zuid, de eerste in januari 1996. Albert Smit en ik begonnen vol goede moed om half negen te pijlen. Het hele parcours was vanwege de ijzel spiegelglad. Na tien kilometer kwam Albert dusdanig ten val dat hij de strijd moest staken. In mijn eentje ben ik vervolgens met gevaar voor eigen leven verder gegaan waarvan de laatste twee uur in het stikke donker. Zonder kleerscheuren bevestigde ik om half zeven de laatste pijl.
En van die keer in Uitgeest. Het vroor dat het kraakte. Op zaterdag 4 januari 1997 zou de Elfstedentocht worden gereden. Op de vrijdag ervoor bedroeg de gevoelstemperatuur nabij het Uitgeestermeer min dertig graden. Na anderhalf uur wilde ik echt de pijp aan Maarten geven. Ik had geen gevoel meer in mijn ijskoude voeten. Pas na een half uur massage en doorwarmen was ik weer zover bij m’n positieven dat ik met Nico van Etten het werk kon voortzetten. Nog twee keer die dag moest ik zo’n behandeling ondergaan maar de pijlklus werd geklaard.


NACHTWERK EN NACHTBLINDHEID
Terug naar het heden bereken ik even snel dat we minstens nog eens zes uur werk zullen hebben voor de volgende 21 kilometer, bestaande uit 146 punten. Het wordt echt nachtwerk..
Mea, die Jaap steeds uitstekend heeft geassisteerd met het oplezen van de routebeschrijving, blijkt last te hebben van nachtblindheid en kan vanaf kwart over zeven geen letter meer lezen. We bevinden ons net in het lastigste gedeelte van het parcours. De Korte en de Lange Duinen, op circa vijf kilometer van het einde. En bovendien is het nu beginnen te motregenen.
Als wij tenslotte om vijf over acht bij onze auto’s arriveren, slaken wij allen een zucht van verlichting. Deze klus is weer geklaard. Ik vraag me werkelijk af hoeveel wandelaars zich de volgende dag zullen realiseren hoe wij hier vandaag allemaal ten behoeve van hun wandelwelzijn in de weer zijn geweest.
Voor Gert is deze dag een vuurdoop. Voor het eerst heeft hij zich voor dit werk beschikbaar gesteld. “Omdat ik dacht”, zo verklaart hij later, “dat ik rond een uur of vier wel weer terug zou zijn.” Vanwege het late uur mist hij nu het gebruikelijke vrijdagavonddiner bij zijn vaste eetadresje. Helemaal frustrerend voor Gert is natuurlijk dat hij de met bloed, zweet en tranen bevestigde pijlen morgen samen met Albert weer van boom, lantaarnpaal e.d. mag verwijderen. Dat is dus dubbel afzien voor hem.

CONCLUSIE
Resume van een bewogen weekeinde. Jaap heeft ons inderdaad een prachtig parcours voorgezet. Of het de zwaarste tocht in de WS geschiedenis is, waag ik te betwijfelen, maar hij voldoet volgens mij volledig aan de intentie van het huidige bestuur. Bij voorkeur pittig en onverhard. Jaap verdiende het echter niet dat op zaterdag slechts 306 wandelaars de slechte weersvoorspelling aan hun laars lapten. Zij genoten eveneens van al het moois rond Soest.


CEES MOERBEEK

 

Fotoalbum 2017

Klik hier voor het fotoalbum van 2017

Facebook

Klik op het logo voor onze Facebook pagina

Onze sponsor

Bezoek de website van onze sponsor:

Klik hier voor website "Liv Ourdoor" (onze sponsor)

Ga naar boven