DLL bestaat 80 jaar

BLAFFENDE HONDEN BIJTEN WEL !

Het is zaterdag 15 juni 2002 en voor vandaag staat de laatst etappe van het Drenthepad op het programma. Er is goed wandelweer voorspeld. De regen van vannacht trekt naar het noordoosten weg, zo luidt het weerbericht. Tegen de tijd dat wij om kwart over negen in Hoogeveen arriveren, zal het regenfront wel voorbij zijn. Maar in de buurt van Zwolle zie ik regendruppels tegen de ruiten van onze treincoupé slaan.

Lees meer: BLAFFENDE HONDEN BIJTEN WEL !

LEVE HET OPENBAAR VERVOER

Het is zaterdag 5 februari 2000. Ik heb mijn wekker op vijf uur gezet maar als ie afgaat blijkt het nog maar kwart voor vijf te zijn. Het plan voor vandaag is om een stukje van het GRAAFSCHAPSPAD te lopen en wel van Zutphen naar Barchem, een afstand van ruim 32 kilometer. Om vijf over zes trek ik de deur achter mij dicht en begeef mij lopend naar het station in Wormerveer. Ik maak vandaag weer eens gebruik van mijn vrij vervoer van de NS.

Lees meer: LEVE HET OPENBAAR VERVOER

WAAROM DE NS-TOP ER DE BRUI AAN GAF

Moe maar voldaan leggen we de laatste meters af op het Trekvogelpad. Op 20 januari 2000 liepen we de eerste vierendertig kilometer van Enschede naar Eibergen. Vandaag, 2 januari 2002, bijna twee jaar later, hebben we de totale afstand van vierhonderddertien kilometer volbracht op het traject Uitgeest – Bergen. Het is vijf over vier en een blik op de vertrekstaat bij de bushalte leert ons dat we nog tien minuten hebben voor het nuttigen van een glas bier. Na deze mistige dag met een temperatuur rond het vriespunt vinden wij dat we dat wel verdiend hebben. Als we de eerste de beste horecagelegenheid binnengaan zie ik op de deur een pamflet waarop staat dat er alleen met euro’s betaald kan worden. Dat komt heel goed uit want ik heb de guldenbiljetten en –munten al op nieuwjaarsdag vaarwel gezegd.
Snel nemen we het gerstrijke vocht tot ons en spoeden ons even later naar de gereedstaande bus. Zo kunnen we de trein van 16.43 nog halen en zijn we rond de klok van vijf op de plaats van bestemming.

Lees meer: WAAROM DE NS-TOP ER DE BRUI AAN GAF

KOEPELS OP DE GAZENBEEKWEG

Wij bevinden ons op de Jac Gazenbeekweg in de buurt van Arnhem. We zijn vanmorgen om tien voor acht gestart bij het café-restaurant “Planken Wambuis” bij Ede. Het begon net te dagen en voor onze eerste markering moesten we onze neuzen tegen een verkeerspaaltje drukken om te zien of we goed zaten.
Nu hebben we het ene landgoed nog niet gehad of het volgende dienst zich alweer aan. Het “Landgoed Warnsborn” hebben we zojuist achter ons gelaten. Om in het “Landgoed Boschveld” te komen, moeten we een drukke vierbaans verkeersweg oversteken. Kort daarna al betreden we het “landgoed Mariëndaal”. Nu pas hebben we in de gaten dat we aardig geklommen hebben. Beneden ons lopen de koeien op een sterk aflopend weiland te grazen. Via een prachtige beukenlaan en een smal stijgend pad komen we op een door haagbeuken overdekt pad van enkele honderden meters lang, genaamd de “Groene Bedstee”. Ik stel mij zo voor dat een dergelijke bomentunnel idyllisch zou zijn voor bruidsparen die zich van het stadhuis naar de gereedstaande koets begeven.

Lees meer: KOEPELS OP DE GAZENBEEKWEG

EEN SNIKHETE DAG IN DRENTHE

We "doen" vandaag, 23 augustus 2001, een deel van het Drenthe pad, tussen Appelscha en Norg vice versa, een afstand van ongeveer veertig kilometer. Je weet hoe dat gaat, ’s morgens vroeg (vijf uur) uit de veren om zo vroeg mogelijk met het openbaar vervoer op de plaats van bestemming te zijn. Nou valt dat de laatste tijd met al die beslommeringen van de NS niet mee. De dienstverlening laat ons soms wat in de steek. Volgens de dienstregeling kunnen we in Amersfoort op de intercity naar Groningen stappen. Dat is ook wel mogelijk maar in plaats van twee treinstellen heeft de NS slechts één treinstel gereed staan. En daar moeten dan omstreeks half acht ’s morgens nogal wat forensen ingestouwd worden. In plaats van een comfortabele intercity stoel moeten we genoegen nemen met een klapstoel op het balkon tussen twee opgevouwen fietsen en naast de wc. Wat Freek de opmerking doet ontlokken: "we hebben eigenlijk nog nooit zo’n coupé met wc voor ons zelf gehad." Bovendien blijkt dat we in Zwolle opnieuw moeten overstappen en dat staat ook niet in het spoorboekje vermeld. Gelukkig is het nu minder druk en kunnen we verder genieten van een intercity-waardige plaats.

Het belooft een snikhete dag te worden. Als we om negen uur bij het station Assen op de bus naar Appelscha staan te wachten wijst de digitale thermometer al 21 graden aan. En een half uur later, op weg naar Ravenswoud, een klein plaatsje ten noordoosten van Appelscha wordt het alsmaar warmer. Het is een verademing om in de schaduw te lopen. Op de kaart zien we het Fochteloërveen steeds dichter bijkomen. Voordat we echter deze grote vlakte met paars kleurende hei oversteken, bereiken we een vogelkijkhuisje. Daar hebben we een prachtig uitzicht over een meertje. Natuurmonumenten streeft naar het omhoog brengen van het grondwaterpeil om verdere verdroging van het veen tegen te gaan. Dat moet dan weer resulteren in de verdrinkingsdood van het onstuimig groeiende pijpestrootje. We hebben zeven kilometer afgelegd en we snakken naar een kop koffie uit de thermoskan van Freek. In de trein waren we daar vanwege de drukte en het voortdurende overstappen niet aan toe gekomen. Terwijl wij uitkijken over het wel héél rustige vogelmeer laten wij de espresso en cappuccino goed smaken.

Vervolgens betreden wij het Fochteloërveen. Dit gebied, met een oppervlakte van 2000 hectare, is een restant van een immens pakket hoogveen, dat eens grote delen van Drenthe en het oosten van Friesland bedekten. Tot 1974 is er nog turf gestoken en tot die tijd bestonden er plannen om het restje Fochteloërveen als landbouwgrond in te richten. Daar heeft Natuurmonumenten toen een stokje voor gestoken. Het voetpad over de heide gaat later over in een knuppelpad. We treffen het dat we hier in een betrekkelijk droge periode lopen want anders zou het een natte boel zijn. Waar het knuppelpad ophoudt en het fietspad bereikt, verlaten we Friesland en lopen Drenthe binnen op weg naar Veenhuizen. We krijgen nu een traject met kilometers lange rechte stukken. Met die hitte, het is nu al tegen de dertig graden, valt dat niet mee.

Het is kwart voor één als we ons midden in de gevangeniskolonie bevinden. Tot voor dertien jaar geleden was het nog ondenkbaar om hier, als je hier niets te maken had, vrij rond te lopen. Sinds het Rijk een groot aantal gebouwen, woningen, landerijen en bos heeft verkocht, is het merendeel van het terrein vrij toegankelijk. Het voormalige opvoedingsgesticht bezit een aantal gebouwen met stichtelijke gevelopschriften als OPVOEDING, HUMANITEIT, WERKEN is LEVEN, HUIS en HAARD, WERK en BID, WIJS BELEID, ZORG en VLIJT, VREDE en RECHT, LEVENSLUST, ORDE en TUCHT, TOEWIJDING, BITTER en ZOET, PLICHTGEVOEL, ONTWIKKELING, HELPT ELKANDER en ÉÉN van ZIN. Nu is er nog plek voor ongeveer negenhonderd "zware" jongens.

Wij belanden in de tuin van een huis met de voor ons zeer toepasselijke naam "CONTROLE". Het is de tuin van Tinie Veenstra. Deze mevrouw, die hier al sinds jaar en dag woont, heeft sinds de openstelling van het terrein van haar tuin een Koffie- en Theetuin met de zonnige naam "ZUNNESCHIEN" gemaakt. Passanten kunnen hier even uitblazen en genieten van een kopje koffie of thee met een plakje cake. Als je wat kouds wil dan is er keuze uit ijsthee of ranja. Bovendien heeft zij achter haar woning een galerie ingericht. Hierin worden kunstenaars en hobbyisten uit de omgeving in de gelegenheid gesteld om hun werken te exposeren.

Wij zoeken een schaduwrijk plekje op in de tuin en laten ons drie ijsthee bezorgen. Onderwijl worden de laatste boterhammen soldaat gemaakt. We raken aan de praat met de gastvrouw. Zij heeft wel even tijd als zij hoort dat we het Drenthepad lopen. "Ja, er komen er zat langs", vertelt zij. "En ook als ik niet officieel geopend ben, kunnen de wandelaars bij mij terecht, mits ik thuis ben natuurlijk", vervolgt zij. Enthousiast vertelt zij over haar vrijwilligerswerk op de oude begraafplaats van Veenhuizen. Teksten op oude grafzerken worden weer minutieus met penselen leesbaar gemaakt. "En als jullie straks over het kerkhof lopen, dan moet je even naar links kijken. Dan zie je dat de graven van de dominee’s andersom liggen dan die van de anderen." Niet begrijpend kijken we haar aan. "Ja, zelfs op het kerkhof is de dominee de voorganger", verklaart Tinie zich nader.

Na een halfuur vervolgen wij onze weg. We moeten nog vijf kilometer richting Norg en keren dan weer om. We laten onze rugzakken achter in huize Controle en gaan op pad. We bezoeken het kerkhof en merken op dat hier voor de vrijwilligers nog een gigantische taak is weggelegd. In het aangrenzende bos raken we het spoor volledig bijster. Op een kruising moeten we linksaf maar als we die bereiken is er geen markering te vinden. Dit is eigenlijk de eerste keer dat de markering op het Drenthepad ons in de steek laat. We beginnen nu echt gedesoriënteerd te dolen en uiteindelijk vinden we de markering terug op een punt waar we rond half één ook al waren geweest. We kijken elkaar aan en besluiten niet verder te gaan maar terug te keren naar de theetuin. Tinie Veenstra kijkt heel verbaasd als we ons na ruim een uur weer melden. "Dat hebben jullie snel gedaan", begint zij en vervolgt, "en zijn jullie nog op de begraafplaats geweest?" We knikken bevestigend, bestellen wéér drie ijsthee en zoeken een plekje in de tuin. Dat valt niet mee, want zowat half Nederland heeft inmiddels de theetuin ontdekt.

Een halfuurtje en twee overheerlijke glazen ijsthee verder beginnen we aan de terugweg. Nico ziet erg op tegen die lange stukken. "Als we doorgegaan waren naar het keerpunt, had ik hier de bus gepakt", laat ie zich ontvallen. Maar gelukkig laat ie ons niet in de steek. Op het fietspad door het Fochteloërveen zien we zowaar een adder die snel een goed heenkomen zoekt als we wat té dichtbij komen. We zijn blij als we het veen achter ons laten. De hitte drukt ons tempo behoorlijk. Zodra we in het bos een picknickbank zien, nemen we onze laatste rust. Freek heeft nog warm water in zijn thermoskan. Tien uur geleden heeft ie de kan gevuld, nu drinken we nóg hete koffie. Wát een kwaliteit!

Het is half zes als we Appelscha bereiken. Aan de overzijde van de Opsterlandsche Compagnonsvaart zien we een café met terras. Wij vinden dat dit het eindpunt moet zijn. Wij laten de markering voor wat ie is en begeven ons, vanaf het terras gadegeslagen door een viertal inwoners van het dorp, over een smal sluisdeurtje naar de overkant. Bij het terras aangekomen worden we er door dit viertal op attent gemaakt dat we niet volgens de markering hebben gelopen. Dat kan bij ons echt de pret niet meer drukken. Hoe eerder we die goudgele rakker te pakken hebben hoe liever het ons is.

CEES MOERBEEK

Onze secretaris Cees Moerbeek is ook actief bij wandelsportvereniging WS'78. En ook daar maakt hij leuke dingen mee die hij ons niet wil onthouden....

EEN LEUKE HOBBY ? VERGEET HET MAAR !

Dat het pijlen van WS 78 tochten geen onverdeeld genoegen is, weet u natuurlijk al lang. Zo ook op 5 januari 2001 als we met vier man op weg gaan op het parcours van Alkmaar Noord. Johan Wolvers is de architect, Willem Bruggeman, Nico Maasdijk en ik reiken hem vandaag de helpende hand. Als ik om half acht in het stikke donker mijn fiets en die van Nico op de auto zet, spattert het een beetje. Maar nadat ik Willem en Nico heb opgepikt in Krommenie en wij op weg zijn naar Heiloo om Johan op te halen, striemt de regen tegen de voorruit. Johan heeft wat rollen plakband mee, dat is makkelijk bij lantaarnpalen en zo. Op speciaal verzoek van Nico geeft Johan nog een plastic tas met ouwe lappen mee. Kunnen we de lantaarnpalen mee droog wrijven.

Lees meer: EEN LEUKE HOBBY ? VERGEET HET MAAR !

VOETREIS DOOR DE PEEL

In gedachten loop ik op het station van Eindhoven. Drie weken geleden maakten we een begin met het Peellandpad, een 160 kilometer lange route, van ’s-Hertogenbosch naar Roermond. Het fraai uitgevoerde gidsje spreekt over tot voor kort nog woest en slecht toegankelijk gebied door barre stuifzanden, uitgestrekte heiden en verraderlijke veenmoerassen. Vooral dat laatste spreekt mij aan, vandaar dat ik onze vier etappes tellende voetreis de titel heb meegegeven "Soppen op het Peellandpad". Ik krijg volop mijn zin, zij het anders dan ik gedacht had.

De regen plenst vanaf acht uur met bakken uit de hemel en heeft de graskades langs het riviertje de Dommel blank gezet. Bovendien zorgt het hoge gras er wel voor dat onze schoenen en sokken binnen de kortste keren doorweekt zijn. Prettig vooruitzicht dus als je vandaag nog 43 kilometer voor de boeg hebt. Pas rond de klok van elven, als we ons nabij het prachtige kasteel "Heeswijk" bevinden, breekt de bewolking en wordt het droog. Maar het gevoel dat je bij elke stap het water tussen je tenen voelt sijpelen, blijft onprettig.

Lees meer: VOETREIS DOOR DE PEEL

"IS HIER NOG ERREGES EEN TENTJE WAAR WE WAT KENNE GEBRUIKE?"

Wij bevinden ons in Strabeek, een dorp behorende tot de gemeente Valkenburg. Het is half één en wij zijn al sinds half negen zonder koffiepauze onderweg van Sittard naar de Sint Pietersberg voor ons laatste traject van het Pieterpad. Wij hadden graag in Puth van de plaatselijke horecagelegenheid gebruik willen maken maar de winterschilder, die de voorgevel van de kroeg weer in puike conditie probeert terug te brengen, weet ons te vertellen dat er verder niemand aanwezig is. Geen koffie dus.

Lees meer: "IS HIER NOG ERREGES EEN TENTJE WAAR WE WAT KENNE GEBRUIKE?"

Onze secretaris Cees Moerbeek was ook actief bij wandelsportvereniging WS'78. En ook daar maakt hij leuke dingen mee die hij ons niet wil onthouden....

DE UITSMIJTER VAN DE 20e EEUW

Graag had ik de laatste WS tocht in de 20e eeuw, of zo u wilt in het 2e millennium, voor mijn rekening willen nemen. Achteraf kan ik alleen maar in mijn handen knijpen dat Piet en Peter deze uitsmijter in en rond Almere wilden uitzetten. En een uitsmijter was het zeker, deze tocht. “Een klassieker”, hoorde ik zelfs een van de deelnemers onderweg zeggen. En hij meende het nog serieus ook. Diep in zijn regenpak weggedoken, verwarde haren en regen, die van zijn gezicht afgutste. En hij was niet de enige die enthousiast de barre, maar wel WS waardige, veertig kilometer aflegde.

Lees meer: DE UITSMIJTER VAN DE 20e EEUW

PIJLEN IN DE SOESTERDUINEN

Japie Bult, onthoudt die naam, zijn roem is hem al ver vooruitgesneld. Gaat normaal als Jaap van den Berg door het leven. In wandelkringen doet hij zijn bijnaam eer aan. Voor WS 78 heeft Jaap twee jaar research gedaan naar de mogelijk- en onmogelijkheden rond Soest. Twee jaar lang heeft hij onderhandeld met Landschappen en Defensie. Na vierentwintig maanden krijgt hij de zaak rond en biedt het bestuur van WS 78 zijn parcours aan. Piet en Peter zijn razend enthousiast. Wel drie keer zijn zij naar Soest afgereisd om het parcours te verkennen, te controleren, voor te lopen met hodometer en opnieuw te controleren. Steeds weer komen zij tot een eenstemmige conclusie dat dit een “zware” gaat worden. De plaatselijke courant rept in een interview met Jaap zelfs van de zwaarste in de WS 78 geschiedenis. “Dat heeft de verslaggeefster er maar van gemaakt”, verontschuldigt Jaap zich later. “Hoe zit het dan met de fietscontroles”, is mijn vraag. “Is eigenlijk niet te doen”, krijg ik als antwoord, “althans niet op een gewone fiets.” Met een mountain-bike zal het misschien nog wel te doen zijn. Afgesproken wordt daarom dat ik op de wandeldag zelf, zaterdag 2 oktober 1999, de parcourscontrole het beste lopend kan doen.

Lees meer: PIJLEN IN DE SOESTERDUINEN

DWALEN OP HET MAARTEN VAN ROSSUMPAD

Dat ik in maart 1999 besloot om het Maarten van Rossumpad te gaan lopen van Ommen naar Arnhem en niet andersom, is puur toeval. Als startplaatsen had ik Ommen, Hattem (2x), Epe (2x), Beekbergen (2x) en Arnhem aangewezen en wel zo, dat wij steeds ongeveer twintig kilo- meter van de trein c.q. auto zouden wandelen en daarna weer terug. Gebleken is dat het ontzettend plezierig is om na afloop direct met de trein of auto naar huis te kunnen hetgeen absoluut ondenkbaar is wanneer je afhankelijk bent van busverbindingen. Bovendien zie je op de terugweg weer totaal andere dingen als op de heenweg dus zo erg is dan heen en weer lopen op één dag nou ook weer niet. Vandaag, 26 augustus 1999, lopen wij de laatste etappe van Arnhem naar het Landgoed Twickel, ongeveer zes kilometer ten noorden van de Posbank. Heen en terug bedraagt de afstand veertig kilometer.

Lees meer: DWALEN OP HET MAARTEN VAN ROSSUMPAD

Pagina 2 van 3

Fotoalbum 2017

Klik hier voor het fotoalbum van 2017

Facebook

Klik op het logo voor onze Facebook pagina

Onze sponsor

Bezoek de website van onze sponsor:

Klik hier voor website "Liv Ourdoor" (onze sponsor)

Ga naar boven